zaterdag 17 augustus 2013

Vakantie buiten alle zinnen ... Deel 3


Op de pier loopt hij wild heen en weer. Ook zijn stappen zijn systematisch en geteld. Op zijn hoofd en oren staat een dure koptelefoon. Een echte beats. In zijn hand heeft hij een nep microfoon die hij steeds naar zijn mond brengt. Aan zijn gebaren te zien maakt hij een verslag. Hij doet dit zo echt dat het is alsof hij midden in een oorlogsgebied  staat en met gevaar voor eigen leven verslag uitbrengt voor CNN.  Ik zet mijn zonnebril af en loop langs hem heen. Zijn leeftijd is moeilijk te schatten maar ouder als zeventien is hij niet.Hij kijkt me net niet aan en draait zijn hoofd recht vooruit. Negeert me, terwijl hij een gebaar met zijn handen maakt en roept ’cut ’.

Bij de tafel vol watermeloenen staat een vrouw. Haar twee blonde dochtertjes met Dora zwemvleugeltjes om hun armpjes jammeren dat ze liever een snoepje willen. De vrouw probeert gelukkig te kijken en waarschijnlijk te zijn. Ze probeert zo vrolijk mogelijk te doen, maar ik zie gewoon dat ze dat niet echt is. Haar ogen staan neerslachtig onder haar grote zonnehoed. Aan haar ketting om haar gebruinde nek hangt een foto medaillonnetje. Als ik dichterbij kom zie ik dat ze hem op haar hart draagt. Ik leg de watermeloen terug en stap vanuit de schaduw cirkel in de zonovergoten wereld.
Als ik die late middag aan tafel een man passeer voel ik zijn ogen op mijn billen prikken. En ik draai om. Hij schrikt. Haalt schuldig zijn schouders op en tovert een glimlach. Ik lach voorzichtig terug. Een soort Bing van GTST. En al kijk ik bijna nooit naar die serie ik hou niet van Bing. Het kleine meisje voor hem aan tafel wrijft haar lange kroeshaartjes uit haar lieve gezichtje. Als ik voor de tweede keer m’n bordje wil gaan vullen, vlechten twee getinte sterke handen het kroes haar van het meisje. Dit doet hij zo geroutineerd dat ik even blijf staan. Hij straalt hierbij zoveel genegenheid uit dat ik er warm van wordt. Kleine dunne sliertjes haar maakt hij tot een verweven kunstwerkje. Ik zou een gesprekje aan willen gaan. Hij fascineert me en maakt me nieuwsgierig. Maar een beetje raar om bij een soort van wildvreemde Bing aan tafel te gaan zitten en m’n eigen kroost in verbazing achter te laten, dus loop ik met moeite door.
Hij loopt achter me aan en in mijn nek hoor ik in gebrekkig Nederlands 'Goede avond ' fluisteren.  Zonder echt te hoeven zien wie mij dat wenst antwoord ik 'goede avond' terug. Bij de witte rijst maakt hij zijn grote hand los van het kleine handje die de zijne omklemd. En voor de tweede keer vraag ik me die dag af waar in dit geval niet de papa maar de mama is.
Mijn verslaggever van die morgen met nep microfoon danst niet veel later in zijn eigen wereld. Los van alle drukte en warmte om hem heen. In zijn wereldje is hij duidelijk gelukkig. En glimlach ik voorzichtig naar ‘m. Hij schrikt van ons oog contact en maakt zich uit de voeten. Druk verslaggevend van het gebeuren.

De zin van vakantie deze dagen is  voor mij nog steeds een raadsel als ik langzaam verdwaal in de mensen om me heen. En doordat ik de rustigste vakantie beleef aller tijden laat ik me kopje ondergaan in het bestaan van hen die mij onbewust aantrekken.  En net als ik verder wil lezen in het tijdschrift de Linda , over een artikel waar de dood van een vriend en zijn urgente verlangen terug naar hem en de tijd van toen en hun onvergetelijke vakantie samen nogal meeslepend is, glijdt mijn soort van Bing van de glijbaan en voel ik de water spetters op m’n wangen.

 

vrijdag 16 augustus 2013

Vakantie buiten alle zinnen .... Deel 2


De zin op het vliegveld bleef hangen in mijn hoofd toen ik haar zag lopen. Het was de diep doordringende zin die hij nogal iets geïrriteerd hardop uitsprak. Ver achter haar man en twee kinderen liep ze aan. Tenminste het jongetje, ik denk hun zoontje , hield haar nauwlettend in de gaten en liep ongeveer zestien stappen voor haar , wat de afstand naar zijn vader toe toch net wat dichterbij maakte. Zij had de paspoorten. Zij had ook moeite met lopen. Haar benen konden na enige stappen observatie niet krom. Haar stapjes waren klein maar haar lach was breed. Haar zonnebril stond al op haar hoofd. Niet veel later zaten zij schuin achter mij in de lucht. Waar haar man, zittend aan het gangpad een vluchtgesprek aan ging met een blonde spring in het veld. Er zat alleen een gangpad tussen. Zij met moeilijke benen keek door het raampje de wolken in.

Op het resort aangekomen , begon mijn oase van rust. Overzichtelijk en alles binnen handbereik en zicht. Ik heb ze los gelaten. Hier kon niks gebeuren dan enkel puur genieten van manlief en onze vijf pubers. Alsof ik in een paradijselijk gevangenschap in vrijheid verbleef waar alle mensen van verschillende culturen het zelfde zijn en een zelfde doel hebben. Ik voelde me zo vrij in de zin van schroom dat ik zelfs mijn teen nagels heb gelakt. Voor het eerst. Ik ben daar het type vrouw niet naar. Maar kon het azuurblauwe kleurtje niet negeren. Tien tenen in gelijkheid met de golfjes van de middellandse zee. Mijn lach is niet van mijn gezicht geweest. Druppeltjes van de goddelijke hitte hingen aan mijn lippen. Spiegels heb ik vermeden. Ik voelde me vrij. Met mijn haar in een witte zakdoek geknoopt liep ik , volgens dochterlief als de ultra verkeerde versie van Marilyn Monroe lichtelijk voor schut, maar paradeerde ik in alle zelfverzekerdheid bewust van mijn te kleine bikinibroekje door alle minuten en delen van de dagen heen. Op sommige uren van de middag leek de zee zelfs alleen van ons. We hadden ‘het’ kunnen doen hoor, manlief en ik,  daar in het water ver turend van ons af. Staand op de scheidingslijn van de boeien met af en toe een golf zout zee water als verkwikking tegen m'n kin. Met het dikke touw voelend tussen mijn tenen voor het evenwicht in durf te leven.  Maar het werd tijd de kant terug te vinden en ijsblokjes te vragen met een schijfje citroen in de cola.  En om met een wit wijntje en biertje aan de rand van het zwembad bij de palmboom te gaan zitten. De zin van betekenis door het ontbreken van pittoreske straatjes waar ik anders uren door heen zou kunnen dolen en een lege camera is dat ik me vanaf dat moment heb  laten verdwalen in mensen.  Ze hebben me mee gesleept zonder dat ze er erg in hebben gehad. En toen ik als eerste werd aangetrokken door hem , die ik zag op de pier , waar je zo heerlijk hoog vanaf kon springen begon mijn dwaaltocht …..

donderdag 15 augustus 2013

Vakantie buiten alle zinnen .... Deel 1


Ik tel de dagen af in twee delen. Dat gaat sneller. Of dat lijkt sneller te gaan. En dan heb ik het over onze vakantie dagen. Vakantie naar en in Turkije dit jaar.

Van tevoren als we nog thuis zijn begin ik al met tellen. Eerste dagdeel duurt tot twee uur in de middag en de rest van de dag is het tweede deel. Abnormaal weer natuurlijk!  Maar mij moet je niet al te ver van de watertoren plaatsen. Ik kan namelijk niet lang van huis. En dat niet alleen. Want daarbij komt ook nog eens dat ik hier thuis al koppen tel tot in den treuren laat staan tot duizenden kilometers over de grens waar ze taal nog bestemming spreken. Ik tuur en focus iedere minuut van de dag naar vier blonde kopjes , gekleurde zwembroeken en een ieniemienie bikini. Twee meter uit mijn richting en ik schiet in stresspositie. En dat gemengd met m’n viervoeter verlating schuldgevoel en je kan me op vegen.  

Twee jaar geleden niet hoor, toen had ik er zin in. Wat nou veertien dagen Spanje te lang? Wat nou heimwee? En welke watertoren??  Nee, toen zag ik me voor vertrek al weer helemaal zitten aan het Spaanse ontbijtje bij ons vertrouwde bakkertje om de hoek. Voelde in m’n benen al het Spaanse leven weer op gang komen en kon de geur van zand zee citroen en sandelhout al op 600 km afstand ruiken. Maar nog voor we toen de laatste koffer uit de auto hadden , vielen de eerste regendruppels en de laatste was dag elf nog niet gevallen. We zijn met ons luchtbed over de Spaanse modder naar de auto gedreven en hebben niet meer achterom gekeken. Ik was vast besloten. We slaan een jaar over. Maar dat werd een wintersport en skiede ik tegen alle i love sneeuwvlokken in, ( not )  achter elk kind aan om als eerste de lift te bereiken voor er eentje per ongeluk eerder dan ik de piste op  kon verdwijnen.

Ik heb toen zelfs in drie delen de dagen af geteld. Dus hoe of wat er in godsnaam gebeurt moet zijn vier maanden geleden toen ik heb ingestemd om voor het eerst met z’n allen te gaan vliegen naar voor mij het hele en net iets te verre Turkije? Geen idee ! Ik hou van pittoreske straatjes, van kleine restaurantjes met eigen gemaakte zure mayonaise, van lange lege stranden met een verdwaalde gitarist op een afgebroken houten steigertje, van kleine souvenirs winkeltjes met schelpenkettinkjes, van kleine marktjes met geurende zeepjes.  Waarschijnlijk had ik geen keus. Manlief en de rest van ons gezin hebben mij geen keus gegeven. Gedwongen heb ik de koffers gepakt vorige week. En steeds gedacht,  “wat heeft het voor zin om op vakantie te gaan? “  “Wat heeft vakantie voor betekenis  ”? Rust? Ja, in mijn achtertuin met een boek ! En met alles veilig om me heen in een vertrouwde straal van twee meter. Wie gaat er nu tig hoog en gevaarlijk ver vliegen om in een gloeiende hitte van een glijbaan te glijden? Onzinnig denken kan ik , dat weet ik.  Maar ik ben er in Turkije achter gekomen wat de zin van de vakantie voor mij is. Tenminste deze vakantie! Want wat eerst zo buiten zinnig onzinnig leek, heeft enorm veel zin gekregen.

En dat begon al een beetje met het inpakken van de koffers. Ééntje om precies te zijn. Dochterlief met vriendje een koffer, en wij met z’n vijfjes in één koffertje. Want wat heeft het voor zin om veel mee te nemen?

En op Schiphol begon de andere zin ….

 

 

 

woensdag 15 mei 2013

Elke dag maar zeker de woensdagavond.


Zeven uur slaat de klok. Vanavond klinken de anders zo warme slagen ineens harder. Veel harder. Het is woensdagavond en normaal zette ik dan rond deze tijd het voorwiel van mijn fiets in het fietsenrek. Had ik de mensjes voor de raam al gedag gezwaaid en snoof ik door de openschuivende deur de geur van oud en zorg op. Liep ik de warme rustige gang in en las ik bijna alle naambordjes op de deuren.  Opende ik zijn deur en keek ik of de kraan in zijn keukentje niet drupte. Ademde ik  zijn warmte en rust in en streek ik neer tegenover hem op het voetenbankje. Hij zou me dan iets verdwaasd hebben aan gekeken en door zijn opgetrokken wenkbrauwen  laten weten niet precies te kunnen zeggen wie ik ben. Maar met een “ Hela “ ik had jou niet  verwacht laten horen in zijn stem blij te zijn iets bekends te zien. En daarna wanneer we de koffie op zouden hebben ineens mijn naam opgelucht hardop uitspreken. Waarna hij me wijs zou maken wat voor weer het morgen zou worden en uit welke hoek de wind zou waaien. Dat hij trek zou hebben in een rood wijntje en ik de rol pepermunt  daarbij alvast zou open maken. Hij zou zonder erg mijn behoeftige rustpunt zijn. Hij zou me een gevoel van  wel behagen geven door zijn niets zeggen. Door het staren naar zijn hoed zou hij me het beeld geven van fietsen in de vroege morgen als iedereen nog stil is maar waar de zon hoog boven de windmolens al van zich laat spreken. Waar een gloed van ochtendgloren zich over het dauw natte gewas laat vallen. Waar het water in de slootjes zachtjes verder kabbelt en zijn wielen van zijn fiets de spaken glimmend voortdraaien. Zijn groene fietstassen zouden muziek maken op de hobbelige zijkantjes van de weg, door wat losse schroefjes tegen zijn duimstok en 't lege appelmoespotje voor het eventueel nemen van een watermonster. Hij zou me op laten schrikken door een zingend psalm en ik zou hem bijvallen. We zouden zingen over ,’ wel gebaande wegen in de hete middagzon.’  En van “ gestorte milden regen want Gij zijt de bron.’  Hij zou zijn handen samen vouwen en Amen nog zeker drie keer herhalen. Hij zou zijn ogen dan bemoedigend naar me dicht knijpen en met een tevreden knikje mij laten zien wie hij is. Ik zou genieten van zijn rust.  Daarna zou ik de klok 8 uur horen slaan en zijn lampjes aan doen. Hem een kus op zijn hoofd geven en zeggen tot morgen.

Nu slaat het hier zo op zijn klok 8 uur. Maar mijn fiets staat onaangeroerd. En morgen is het weer gewoon een morgen. Ik trek alvast een lampje aan.







 

woensdag 17 april 2013

Klein in volwassen


Ik hoor het mezelf gewoon zeggen.  Ik herhaal het nog een keer in mijn hoofd. “Ben je daar niet te oud voor".  En hij is pas 12. En dus nog kind.

Maar ga ik niet ook al te ver  mee in deze maatschappij van snel opgroeien en het liefst met zoveel mogelijk ‘volwassen ’dingen en spullen.  En niet te vergeten zo snel mogelijk volwassen gedrag. Oké ze voetballen en spelen  op het pleintje met een bal  waar gele stippen op staan. Dat is natuurlijk ook al niet echt een échte voetbalbal. Maar ze spelen ook hard. En de schuttingtaal is ook volwassen hard. Hard spelen ze ook voor de Playstation. Een spel wat eigenlijk te onvolwassen is qua  spelregels. Want die zijn in deze maatschappij niet getolereerd. Ook zegt mijn twaalf jarige als ik hem binnen roep om half negen ’s avonds nu het langer licht is, dat het ‘belachelijk’ vroeg is en zich schaamt dat ik hem als overbezorgde moeder van het pleintje kom halen. Alsof hij een klein kind is.  
Onze tien jarige zorgt wel dat hij op tijd thuis is, want dan kijkt hij namelijk  de ‘volwassen’ serie van rtl vier. Waar begrippen van dood , seks  en vreemdgaan een grote  rol spelen,  maar wat ze vaak tot de werkelijke kern vergeten uit te diepen.  Zo wordt het al heel normaal gevonden om als tienermoeder je kind heen en weer te laten slingeren tussen zijn echte paps en mams en de nodige koffertjes met drugs.   

De smart social mediawereld is bij de oudste later begonnen terwijl  nu de jongste  al beter zijn weg weet te vinden dan wij als ouders op het gebied van installeren en down loads. En wij volwassen ouders surfen en verbazen dan lichtelijk onvolwassen mee. En worden voor dom aangezien.
Ze Whappen er tegenwoordig op los of we even per direct geld over willen maken omdat er tussen de schoollessen door uitgebreidt 'geluncht' moet worden,  waar je als ouders alleen gaat eten bij speciale gelegenheden.
De ‘oudste’ twee praten hier vaak net al iets té volwassen, en niet alleen onze twee, want ik hoor veel herkenning als ik ergens anders ben en bij toeval een gesprek op vang tussen ouders en hun puber. Je zou als ouder bijna het gevoel krijgen een vriendin of vriendje te zijn van je eigen dochter of zoon. Leuk! In sommige opzichten. En gezellig, ook in sommige opzichten. Een wijntje drinken op een terrasje met mijn bijna 17 jarige dochter is gezellig, maar voelt toch net nog heel verkeerd.

Te volwassen misschien. En ik als mam misschien iets te tolerant.  Want is mijn ouderlijke respect en gedrag grens  overschreden, corrigeer ze dan maar eens terwijl de kurk nog op de fles moet.

En nu, nu wil ons bijna volwassen viertal ineens van alles hebben.  De één wil de nieuwe soort step! Een spacescooter ,  terwijl hij bijna afzwaait van de basis school en de wijde stoere snel volwassen wordende wereld intrekt, en over drieenhalf lente seizoen op mag voor zijn rijbewijs.  De ander wil een hamster, met kooi en gekleurde speelse tunneltjes, terwijl hij tegelijkertijd een kaartje wil bemachtigen voor een of ander té volwassen concert in de buitenlucht en dan waarschijnlijk ergens blijft slapen. En de jongste hangt op dat zelfde moment om mijn nek omdat zijn knuffel kwijt is, en gisteren nog riep dat "Bing een open relatie wil."  En onze oudste vraagt om even te kroelen omdat haar dag zo zwaar is …
Ik hoor het mezelf  hardop vragen. “Zijn jullie daar niet al een beetje te oud voor.”

 

 

 

woensdag 10 april 2013

Speurtocht ....


Vanmorgen kreeg ik te horen dat er een speurtocht wordt gehouden. Onze jongste sproet heeft dat samen met een vriendje georganiseerd. Hij was het alleen vergeten te vertellen. Ze komen niet allemaal zei hij er nog bij , maar wel zo ongeveer 17 kindertjes doen er mee.
Of ik even snel wat verschillende soorten snoep wil gaan halen.  In zakjes wil doen , zo dat iedereen aan het eind toch iets heeft gewonnen.  De speurtocht staat in het teken van de “krant”. Ook door onze sproet en zijn vriendje verzonnen. Deze twee maken elke week een krant met artikeltjes over wat er die week allemaal voor vrolijks heeft af gespeeld in de klas.

Vanmorgen had ik bij het horen gelijk een klein ingehouden  aanvalletje van hysterie.  Ik dacht in mezelf om  sproet zijn pret niet te verpesten, Wat???  17 kinderen? Hier verzamelen? Hoe? En verantwoording en alles blijft vast ook nog spelen? Een speurtocht?! Lekker verward? Daar gaat m’n vrije rustige middag.
Tot dat ik ook een krant lees. De gewone ochtendeditie vol wereld nieuws. En het maakt me licht misselijk.  Verschrikkelijk misselijk tot aan kokhalzend toe,  als ik daarna in ons stille rustgevende huis met dak en het dorp nog vredig aan het wakker worden is , de verschrikkelijke beelden zie op het internet van de bombardementen in Syrië. Mijn zus was daar maandag al helemaal van slag van en ik durfde niet te kijken. Maar het stukje in de krant en het woordje speurtocht laten me voelen dat ik dit wel moet doen. Een burgeroorlog die al twee jaar duurt.  Hier op het aanrecht ligt een nog warm heerlijk ruikend vers afgebakken brood,  net wezen halen bij de bakker.  Zonder erbij na te denken. Het is 'gewoon' één van ons dagelijkse benodigheden. Zondag waren er in Syrie twee honderd dood in , om en bij de bakker.  Niet lang daarna opnieuw een verschrikkelijk bombardement in een wijk waar de meeste slachtoffers kindertjes waren. Het beeld van die gillende moeder met haar dodelijk getroffen dochtertje , levenloos in haar armen houdend, maar door angst gedwongen achter latend voor de veiligheid van haar andere kinderen krijg ik voorlopig niet van m’n netvlies. De andere kindertjes werden levenloos op een achterbak van een wagen gegooid, uit hysterische paniek voor het overvliegende gevechtsvliegtuigje. Het gegil van de in het wilde westen machteloos niet wetende wat te doen rond rennende ouders gemengd met het gegil , gehuil, en gigantische paniek kreten van vluchtende kindertjes snijdt door mijn ziel.

Ik mag nooit meer zuchten!!!   Hier wordt een speurtocht gehouden. Hier rennen en gillen vanmiddag net zoveel kindertjes als in die Syrische wijk op die bewuste afgelopen zondag. In Syrië was en is er elke dag een speurtocht naar veiligheid in combinatie met grote angst. Een lange ingewikkelde over onschuldige lijken heen speurtocht naar vrede!   Deze Syrische kindertjes  “speelden’ een zondag buiten omdat het “rustig” leek. In Syrië spelen de kinderen niet,  al lang niet meer. De oorlog speelt met de kinderen. Met het leven van de kinderen.
Ik ga om snoep!  Zakken vol snoep!  Extra snoep !
Crisis?

In Syrië daar is het  écht crisis! En crisis is een woord. En zelfs dat woord zegt niks bij wat daar gebeurt!!!  Daar bestaat geen woord voor !!





 

 

maandag 1 april 2013

Behalve als 't regent


Nog voor ik  aanbel denk ik wat erg, wat een toestand, wat zielig en wat een opgave. Want ik zie ze altijd samen, eerst met zijn drieën, maar tegenwoordig samen. Zij duwt hem en ze komen elke middag voorbij, door weer en wind, vorst en zon.  Behalve als het regent. Dan wordt hij en zijn rolstoel te nat.
Ineens sta ik daar binnen. En lossen al mijn gedachten op in de warmte die ik voel als ik nog maar op de mat in het rolstoeltoegankelijke  gangetje sta.

Het geluid wat uit de rolstoel komt zijn vrolijke optimistische zinnen zonder woorden, met een onderliggende lach. Ook zij lacht mij breed grijzend tegemoet. Een nieuwe dag met frisse moed zoals elke dag.
Het “werk” wat zij iedere dag heeft aan hem, is zorg. En die zorg doet ze met zoveel liefde en vanzelfsprekendheid dat het mij stil maakt. En zij doet dat ook in stilte. Ze zal nooit klagen, ze fluistert niet eens een zucht als het even niet lukt of moeilijk gaat.  Ze is moeder. Een moeder die al tachtig jaar voor haar inmiddels ruim volwassen kind zorgt met een geestelijk en lichamelijke handicap. Ze is nog nooit met vakantie geweest. Ja één keer, drie dagen met een boot. Bij het aanleggen aan de steiger stroomde haar hart over van blijdschap omdat ze haar kinderen en haar zorgenkind enorm had gemist. Mijn hart heeft een week zeer gedaan zei ze van het huilen over de reling.

Ze heeft geen dag voor haar zelf al die jaren al niet. Eén middagje in de week gaat ze naar een kaartclubje. Maar geen oppas. Haar kind in de rolstoel gaat liefdevol en graag mee.
Zijn gezicht tijdens sinds kort ondersteunde zorg spreekt boekdelen. Hele hoofdstukken van vrolijk en tevredenheid vertelt hij zonder iets te zeggen. Ik lach door en met hem al mijn onzin oordelen en denken weg. Wat een optimisme en wat heb ik een bewondering.
En wat laten zij samen zien dat leven met een aangeboren handicap niet zielig hoeft te zijn. Hij heeft  ondanks dat hij niets tot nauwelijks iets kan, behalve zelf met moeite iets eten en drinken,  allemachtig veel plezier  in het leven. Hij heeft graag een hand vast. Vooral die van haar. Misschien wel een symbolisch groter dan groot dank je wel. Want praten kan hij niet. Maar voelen des te meer. En hij voelt de onvoorwaardelijke liefde van een moeder voor haar kind iedere minuut van de dag. Door haar is hij wie hij mag , wil en vooral kan zijn.  Die lach die hij haar dagelijks geeft maakt alles goed.

Hij klapt in zijn handen alsof ze heeft gewonnen.
Maar ze wint altijd. Ze wint het van iedereen. Tachtig jaar en sterk. Sterk in zorgelijke liefde en liefdevolle zorg. Vanmiddag komt ze weer voorbij, met hem  duwend in de rolstoel, naar haar vierentachtig jarige man, de vader van haar kinderen die op een geriatrie afdeling zit in het verzorgingstehuis. Ze slaat geen middag over.  Behalve als het regent dan wordt hij en zijn rolstoel te nat.