zondag 9 februari 2014

Gekreukt ...


Hij noemt me tegenwoordig Roelien …

En Roelien strijkt niet. Tenminste dat denk ik, ik heb ze tenminste niet met een bout in de weer gezien in Gooische vrouwen. Ikzelf strijk ook niet. Sinds onze trouwdag draagt hij ongestreken shirtjes. Zijn moeder heeft daar in het hele begin weleens wat van gezegd. Ze zei , 'Zo heeft hij er bij mij nooit bij gelopen hoor.’

Ze bedoelde verkreukt. Hij loopt er bij mij sindsdien verkreukt bij. Nu kan ik heel goed met mijn schoonouders overweg. Ik strijk alleen niet. Maar ze hadden dat in no time geaccepteerd hoor. Dat verkreukte. En ongeacht dat ik alles ook nog eens in de droger stop valt dat kreukje af en toe best mee.
Maar vanmorgen net na elf uur voelde ik mezelf een beetje verkreukt. Ik stond namelijk te strijken. Met een tekort snoertje. Of in ieder geval een te ver stopcontact. Of een te laag bed , want aangezien wij geen strijkplank bezitten ben ik verplicht op ons bed te strijken. Waardoor dus mijn rug , mijn nek,  mijn linker bil en eigenlijk mijn hele voelbare ik in de kreukels kwam. Manlief zelf niet. Die pakte zijn koffertje. Gooide wat naar zijn idee verkreukte over hemmetjes op bed. Belde  met  z’n  blackberry in het Engels. En he said that they hopefully had a good flight back. And that he saw them next week. Hij converseerde vloeiend verder terwijl  ik worstelde in mijn knal blauwe bh met een wat ouder niet bijpassend  HEMA broekje waar het elastiekje de ergste elasticiteit van heeft verloren  verder met het verdomde korte snoertje  terwijl de stoom  uit het strijkijzer komt en op mijn blote voeten drupte. Nog een overhemd en er komt stoom uit mijn oren dacht ik. Niet door mijn wereldreiziger hoor met zijn dresscode notulen. Daar kan hij niks aan doen. Dat zijn voorschriften. Sinds hij heel de wereld over gaat is er niet veel verandert  behalve dat ik strijk en hij vaker van huis is, maar ook wat meer  thuis dan normaal omdat hij af en toe gezellig  thuis werkt. Voor manlief is het vaak een omschakeling. Niet alleen in taal, tijd en land, maar ook in diner. De voor geschotelde kreeftjes op een bedje van fine dining is voor manlief gelukkig niet echt wat hij verstaat onder smakelijk wat weer tegenover de smakelijkheid van hoge hakken en kort gerokte serveersters staat. Maar toch het liefst thuis eet omdat hij daar zijn favoriete moes krijgt geserveerd op een tijdstip waar mijn kaplaarzen net uit gaan en de modder van de nat geregende hond nog vers tegen de deur plakt. Maar echt hoor zeg ik , een stropdas schat gaat te ver. Je hebt je zeven dagen baard er al afgehaald en dat is stropdas genoeg. Zo ultra netjes glad. En over glad gesproken. Ik strijk tegenwoordig zo glad dat er gewoon een kaarsrechte scherpe vouw in de mouwen zit. Dat verbaasd manlief dan weer. Hoe krijg ik die vouw er uit , vroeg hij laatst. Niet schat. Gewoon lekker laten zitten. Je gaat tegenwoordig gevouwen door het leven, weer eens wat anders dan gekreukt.

woensdag 29 januari 2014

Witte tegels ..


Ik zet mijn fiets tegen het muurtje onder  de keukenraam. De achterdeur zou open zijn. Ik stap naar binnen en kom via de berging in een smal keukentje. Het lichtje van de afzuigkap geeft een warme gloed over het aanrecht. In een oud geisertje waakt een vlam. Twee glazen staan op een gebloemd dienblaadje. Ik ruik de geur van port in het lege glas. In het andere glas zit nog sinaasappelsap waarvan het vruchtvlees naar de bodem is gezakt. Het lijkt onaangeroerd. Vanuit de donkere slaapkamer hoor ik gemompel. ‘Goedemorgen’, zeg ik vrolijk mijn hand reikend naar die van hem. Zijn witte sluike haar lijkt op een versleten ragebol die te lang ergens tussen heeft gezeten. Zijn mond is ingevallen, waarschijnlijk liggen zijn tanden nog in het daarvoor bestemde bakje. Hij blijft verbaasd kijken en schud dan onbegrijpelijk zijn hoofd. Hij staat op en ik loop voor hem naar een deur waarvan de klink is afgebroken. Tegen de wit met kalk beslagen tegels hangt een touwtje. ‘Twee keer trekken’ zegt hij. ‘Dat verroeste ding hapert.’ Het licht gaat aan. Een felle oude tl buis verlicht de te kleine ruimte waarin zich een slang bevindt met daar aan een gemonteerd iets wat lijkt op het uiteinde van een gieter maar dan zonder sproeikop. Ik draai me om en kijk naar zijn houding. Ongemakkelijk en wantrouwig. Hij is mager. Daar staat hij aandoenlijk in zijn wit verwassen ondergoed. Zijn hemd zakt aan een kant van zijn knokkelige schouder. Zijn armen hangen lang naast zijn uitpuilende heupen die overgaan in een stel kromme magere benen. Ik knik de kant op van de rubberen mat. Hij weet zijn plaats. Met zijn rug naar mij toe en zijn gezicht strak tegen de muur. Als hij zich niet omdraait zet ik de straal op hem. Een wat harde straal. Zijn huid beweegt onder het water als golfplooitjes. De kalk op de witte muur wordt glazig. Hij bibbert en ik wikkel een grijze handdoek met rafels om hem heen en dep zijn wangen droog. Ik voel zijn gezicht tussen de handdoek en mijn handen. Over zijn schouder kijk ik in het licht beslagen spiegeltje. Zijn rug tussen zijn schouderbladen is hol. Mijn haar bedekt aan de zijkant vier kalktegeltjes. Het plakt. Ik voel zijn arm tegen de mijne en hij trekt  ‘m verschrikt weg. Verroeste nauw hier zegt hij. Zwijgend trek ik mijn schouders op en glimlach. Zijn gezicht betrekt als ik zijn overhemd help dicht te knopen. Bij het bovenste knoopje pakt hij mijn hand en ik laat hem. Ik laat hem met twee bevende handen de pietluttige kleine knoopjes vast maken. Hij stapt in zijn grauwe overall en zet een pet op. Knal blauw met een reclame tekst van een bouwbedrijf en nestelt zich naast de kachel in zijn stoel bij het raam die uitkijkt op een diepe kreek.
Als ik gedag zeg zie ik zijn pet iets omhoog gaan. Hij knikt.  

zaterdag 2 november 2013

Gezellige mam ?


00.40 en ik zie auto lichten in de verte de straat inrijden. Gelukkig denk ik , daar komt hij. Hij werd wel veilig thuis gebracht van een feestje … maar toch, je weet het maar nooit …
Ik doe de deur open en  hoor mezelf hardop dingen zeggen en vragen. Heel vrolijk geef ik hem een vriendschappelijke vertrouwde box. ‘Hee m’n vent, hoe was het?, was het gezellig?’ Hij mompelt met zijn lippen op elkaar iets onverstaanbaars van kei gezellig. Geeft me een kus met een welterusten er achteraan en hij loopt de trap op.

Ik staar nog even door de raam naar buiten en denk.
De vraag of er is gedronken heb ik overgeslagen. De opmerking dat ik ongerust was voor heel even omdat het na half 1 was heb ik niet genoemd.  En ik denk aan eerder op de avond. Want ben ik nou wel een leuke moeder? Doe ik het allemaal wel goed? Vinden ze het hier wel gezellig?  Vroeger toen ik een jaar of twaalf was en een pop als kind behandelde was zo naief eenvoudig. Pop annabel legde ik op bed en ze sliep. Haalde ik er uit wanneer het mij uit kwam en ook al praatte zij niet terug ik vond dat ik het heel goed deed als mam. Ze had tenslotte altijd een ander jurkje aan. En had ik een paar dagen geen zin in haar dan gooide ik pop annebel in een hoekje en ging eens lekker een tijdje wat voor mezelf doen.

De kapper heb ik eergisteren onder een paniek gedwongen telefoontje tot een afspraak gekregen. De twee jongsten moesten en zouden geknipt. Want dat had ik tenslotte beloofd. En Mam, ‘je beloofd altijd alles en je doet er nooit wat mee.’ Dus kapper net voor sluitingstijd.   “Mam, mag ik nu nog weg vanvond?’ Nee jongen, het is al 21.00 uur en dat feestje op school is nu toch al bijna afgelopen.’ Ja maar ik wil!’ Ja maar je wou ook perse naar de kapper en gister wou je niet naar dat kinderachtige halloween! Kom , mam doet een stokbroodje in de oven en we kijken gezellig de voice.  ‘Nou  wat je gezellig noemt , ik ga naar boven!’  Licht aangeslagen sta ik onder aan de trap nog een soort van trapleuiningrede te houden in alle verzoening, en om mijn voelbaar opkomende schuldgevoel te relativeren. Maar er wordt geen gehoor aan gegeven. Terwijl hij van zijn paps ook niet meer weg mocht is hij is toch echt alleen boos en teleurgesteld in zijn stomme mams.  Gelukkig zit dochterlief met kleinste en paps wel gezellig op de bank.

Ik schenk de glaasjes vol, maak kruidenboter en snij wat stokbrood. Doe wat tapenade in een schaaltje en steek  ondanks de weg gevallen sfeer wat kaarsjes aan.
Jongste huilt. Oorpijn. Hij wil geen zetpil, wil ook geen oordruppels. Wil wel dat mams haar mond houdt met zeuren want ik zou het niet snappen. Huilend loopt ook hij de trap op. Ik met druppels in alle goede en bezorgde bedoelingen er achteraan. Paps roept nog dat hij beter druppels in zijn oor kan doen, want dan is het morgen over. Onder veel bombarie zitten er niet veel later toch druppels in zijn oor. Vijf in plaats van drie. ‘Zie wel mam dat je niks kunt, nu is de pijn wel weg, maar nu staat mijn oor weer op een andere stand he, nu hoor ik weer niks, omdat jij die rare trutdruppels er zo nodig in moet gooien. Bedankt hoor mam!'  Welterusten knul, hopelijk is het morgen over!

Dochterlief die normaal bruist van de energie en torenhoog lacht, ligt er zonder vriendje wat verloren bij. Pap geef de paturain ’s aan vraagt ze. Dat hebben we niet vanavond schat hoor ik ‘m zeggen. Oh, is mam dat weer vergeten zeker, bromt ze er gelijk achteraan. Nee, want paps is om de boodschappen geweest, neemt hij het voor me op. Nou geef dan maar een stokbroodje met die andere troep en dan ga ik naar bed. Ik nestel me gezellig tussen man en dochter in op de bank en kijk haar verbaasd aan. Naar bed? Vraag ik.  ‘Ja mam ik ben moe en moet morgen werken. Trusten en have  a nice evening together with daddy. Is toch ook wel eens lekker saampjes op de bank.
Dat wou je tenslotte toch zo graag. Je roept al weken ik heb geen minuut meer voor mezelf overdag en dat ook je avonden al worden afgenomen. Dus whalla mamsie, tast toe …   en ze giegelt op de trap om haar betoog.

En terwijl  ik Ilse de lange nog iets hoor zeggen over emoties en dat het haar raakt, raak ik manlief aan. Maar die slaapt. Oke logisch denk ik. Hij had tenslotte zijn nachtvlucht naar huis en was al ongeveer 24 uur op.  Ik maak hem wakker en zeg dat hij voor mij niet op hoeft te blijven en dat ik wel wacht op de oudste knul.  En ook manlief loopt zonder enige twijfel de trap op. Zelfs de hond neemt plaats op haar nachtkussen. Ik schuif de gordijnen dicht. Blaas alvast de kaarsjes uit en wacht samen met Humberto Tan en de rest aan zijn gezellige tafel van ‘Late night’, op oudste knul.

Ik ben tenslotte mam.

 

 

 

zondag 18 augustus 2013

Vakantie buiten alle zinnen ... 4e en laatste deel


Als ik de laatste dag de koffer zie staan, schrik ik. Mijn drie zwarte jurkjes liggen bovenop. Ik weet het zeker. Maar manlief die blij is dat hij ‘m dicht heeft gekregen met cijferslot en al weigert hem te openen. Hij staat al veilig in het speciale daarvoor bestemde klaar voor vertrek halletje vanwege vroeg uit checken kamer, maar nog wel een dagje resort verblijf.  Ik zet het bijna op een gillen. Hij weet namelijk dat zwart niet bovenop mag. Zwart is negatief. En we moeten verdorie nog met dat akelige vliegtuig mee. Dat is naar mijn dwangneurotische idee de goden verzoeken. Ik eis de koffer open anders wordt het een zeer zwaar laatste dagje. Manlief draait bijna met licht geweld en inhoudende frustratie qua onzinnigheid van de eeuw de cijfercode. Ik zucht van zinnige opluchting. Ik leg drie gele zwembroekjes op mijn zwarte jurkjes. Gered. En nu draai ik de slot code.
Zou de lifeguard bij het zwembad ook een code hebben vraag ik me af, hij draagt namelijk al acht dagen een gele broek en een knal rood shirt. De code van de zin in zijn beroep is dat hij twaalf uur per dag op zijn fluitje blaast bij de drie zwembad glijbanen. Hij is heel streng en ook zijn uiterlijk is nors. Zijn kuiten daarentegen zijn soepel en glimmend.

Als m’n Bing deze laatste dag in gesprek raakt met de moeder van de meisjes met de Dora zwemvleugeltjes, zet ze haar zonnehoed even af. Hij met zijn kroeskrullende kleine meisje op z’n arm lacht verleidelijk en kijkt haar net iets te lang aan. Zij lacht ontspannen terug. Is dit de zin van vakantie? Moesten zij dit allebei over de grens waar lucht en wolken voor nodig waren trotseren om nog meer zin in leven te krijgen. Of in hun geval opnieuw zin in leven. Ik draai me op m’n buik en laat m'n duidelijk leiding nemende soort van Bing met een gerust hart met rust.  Tussen de palmbomen  door zie ik m’n jonge verslaggever aan komen. Even stopt hij, maakt een move en praat door zijn microfoon. Ik glimlach. Hij is licht autistisch met een lichte verstandelijke beperking. Ineens valt mijn blik op onze regenboogbal. Ik roep in een opwelling zijn naam. Dave. Ik heb zijn zusje het horen roepen, dus ga er vanuit dat hij zo heet. Dave kijkt op en ziet me. Loopt achteruit en weer terug. Druk gebarend en verslaggevend. Ik reik hem de bal van een afstandje. Dave doet vier stappen vooruit en anderhalf terug. Als hij dicht genoeg bij me is, vraag ik of hij de bal misschien wil hebben. Hij duwt de microfoon naar m’n mond en ik herhaal als een inval verslaggeefster voor de tweede keer of hij de bal wil hebben omdat wij straks vertrekken. ‘Jammer’, is al wat Dave zegt.  En hij zet het op een rennen met de bal onder zijn arm naar zijn familie toe, waar hij druk pratend in mijn richting wijst. Zijn bril met zwart montuur van Ray ban maakt hem net dat beetje extra Dave. 
Twee uur voor vertrek kijk ik nog eens goed rond. Al deze acht dagen met al die zelfde mensen die het resort maken tot een oase van één van mijn beste vakanties tot nu toe,  heb ik bewonderd. Bewonderd voor het kei harde werken wat zij doen, om het mij en alle andere vakantievierders naar hun zin te maken. Elke nieuwe goedemorgen uit de mond van het animatie meisje uit Moldavië die acht maanden lang haar familie achter laat voor dat kleine beetje verdienste , liet me de zin van vakantie niet zin, maar de zin van en om voor te leven. 
Acht dagen de zelfde gezichten achter de bar en al deze dagen dezelfde kamermeisjes. Dezelfde trap naar beneden waar die lieve turkse man de pad elke morgen watervrij maakte van het nachtelijke tuinsproeien. Ik ga daar van houden op mijn manier. Daar krijg ik iets vertrouwds mee. En als dan zo’n laatste dag is aangebroken en ik het enorm naar mijn zin heb omdat mijn gedwongen vakantiedagdelen eindelijk op zijn, word ik weemoedig.  Ik denk dan gelijk wat heeft vakantie voor zin. Op vakantie gaan is zo ongeveer alles achter laten waar ik van hou, en terug is alles achter laten waar ik net wat mee ben begonnen.
Waar ik onbewust in levens ben gestapt. Stiekem en van een afstand. Maar net dichtbij genoeg.
En net als ik op wil staan en weg wil wandelen uit mijn vakantie oase. Komt m’n verslaggever. Zijn koptelefoon stijf op z’n oren geklemd, z'n microfoon tegen zijn druk bewegende lippen. Ik blijf staan en kijk hem net niet aan. Hij komt dichterbij. Nog een stapje dichterbij. Hij laat zijn microfoon zakken en vraagt, “ heb je whapp?”  Ik ben verbaasd en geef hem het whapp nummer van dochterlief, want ik heb geen whapp. Hij zwaait bij de vertrekhal met zijn microfoon en draait om. Verslaggevend. Manlief trekt de koffer. Met cijfercode en zwart onder geel.

Gisteren hebben wij een spreekbericht ontvangen. Met de vraag of we veilig waren geland.
Groetjes Dave. 'cut'.
Dave bleef nog zeker twee weken daar. Hij had zin in vakantie!

 

 

zaterdag 17 augustus 2013

Vakantie buiten alle zinnen ... Deel 3


Op de pier loopt hij wild heen en weer. Ook zijn stappen zijn systematisch en geteld. Op zijn hoofd en oren staat een dure koptelefoon. Een echte beats. In zijn hand heeft hij een nep microfoon die hij steeds naar zijn mond brengt. Aan zijn gebaren te zien maakt hij een verslag. Hij doet dit zo echt dat het is alsof hij midden in een oorlogsgebied  staat en met gevaar voor eigen leven verslag uitbrengt voor CNN.  Ik zet mijn zonnebril af en loop langs hem heen. Zijn leeftijd is moeilijk te schatten maar ouder als zeventien is hij niet.Hij kijkt me net niet aan en draait zijn hoofd recht vooruit. Negeert me, terwijl hij een gebaar met zijn handen maakt en roept ’cut ’.

Bij de tafel vol watermeloenen staat een vrouw. Haar twee blonde dochtertjes met Dora zwemvleugeltjes om hun armpjes jammeren dat ze liever een snoepje willen. De vrouw probeert gelukkig te kijken en waarschijnlijk te zijn. Ze probeert zo vrolijk mogelijk te doen, maar ik zie gewoon dat ze dat niet echt is. Haar ogen staan neerslachtig onder haar grote zonnehoed. Aan haar ketting om haar gebruinde nek hangt een foto medaillonnetje. Als ik dichterbij kom zie ik dat ze hem op haar hart draagt. Ik leg de watermeloen terug en stap vanuit de schaduw cirkel in de zonovergoten wereld.
Als ik die late middag aan tafel een man passeer voel ik zijn ogen op mijn billen prikken. En ik draai om. Hij schrikt. Haalt schuldig zijn schouders op en tovert een glimlach. Ik lach voorzichtig terug. Een soort Bing van GTST. En al kijk ik bijna nooit naar die serie ik hou niet van Bing. Het kleine meisje voor hem aan tafel wrijft haar lange kroeshaartjes uit haar lieve gezichtje. Als ik voor de tweede keer m’n bordje wil gaan vullen, vlechten twee getinte sterke handen het kroes haar van het meisje. Dit doet hij zo geroutineerd dat ik even blijf staan. Hij straalt hierbij zoveel genegenheid uit dat ik er warm van wordt. Kleine dunne sliertjes haar maakt hij tot een verweven kunstwerkje. Ik zou een gesprekje aan willen gaan. Hij fascineert me en maakt me nieuwsgierig. Maar een beetje raar om bij een soort van wildvreemde Bing aan tafel te gaan zitten en m’n eigen kroost in verbazing achter te laten, dus loop ik met moeite door.
Hij loopt achter me aan en in mijn nek hoor ik in gebrekkig Nederlands 'Goede avond ' fluisteren.  Zonder echt te hoeven zien wie mij dat wenst antwoord ik 'goede avond' terug. Bij de witte rijst maakt hij zijn grote hand los van het kleine handje die de zijne omklemd. En voor de tweede keer vraag ik me die dag af waar in dit geval niet de papa maar de mama is.
Mijn verslaggever van die morgen met nep microfoon danst niet veel later in zijn eigen wereld. Los van alle drukte en warmte om hem heen. In zijn wereldje is hij duidelijk gelukkig. En glimlach ik voorzichtig naar ‘m. Hij schrikt van ons oog contact en maakt zich uit de voeten. Druk verslaggevend van het gebeuren.

De zin van vakantie deze dagen is  voor mij nog steeds een raadsel als ik langzaam verdwaal in de mensen om me heen. En doordat ik de rustigste vakantie beleef aller tijden laat ik me kopje ondergaan in het bestaan van hen die mij onbewust aantrekken.  En net als ik verder wil lezen in het tijdschrift de Linda , over een artikel waar de dood van een vriend en zijn urgente verlangen terug naar hem en de tijd van toen en hun onvergetelijke vakantie samen nogal meeslepend is, glijdt mijn soort van Bing van de glijbaan en voel ik de water spetters op m’n wangen.

 

vrijdag 16 augustus 2013

Vakantie buiten alle zinnen .... Deel 2


De zin op het vliegveld bleef hangen in mijn hoofd toen ik haar zag lopen. Het was de diep doordringende zin die hij nogal iets geïrriteerd hardop uitsprak. Ver achter haar man en twee kinderen liep ze aan. Tenminste het jongetje, ik denk hun zoontje , hield haar nauwlettend in de gaten en liep ongeveer zestien stappen voor haar , wat de afstand naar zijn vader toe toch net wat dichterbij maakte. Zij had de paspoorten. Zij had ook moeite met lopen. Haar benen konden na enige stappen observatie niet krom. Haar stapjes waren klein maar haar lach was breed. Haar zonnebril stond al op haar hoofd. Niet veel later zaten zij schuin achter mij in de lucht. Waar haar man, zittend aan het gangpad een vluchtgesprek aan ging met een blonde spring in het veld. Er zat alleen een gangpad tussen. Zij met moeilijke benen keek door het raampje de wolken in.

Op het resort aangekomen , begon mijn oase van rust. Overzichtelijk en alles binnen handbereik en zicht. Ik heb ze los gelaten. Hier kon niks gebeuren dan enkel puur genieten van manlief en onze vijf pubers. Alsof ik in een paradijselijk gevangenschap in vrijheid verbleef waar alle mensen van verschillende culturen het zelfde zijn en een zelfde doel hebben. Ik voelde me zo vrij in de zin van schroom dat ik zelfs mijn teen nagels heb gelakt. Voor het eerst. Ik ben daar het type vrouw niet naar. Maar kon het azuurblauwe kleurtje niet negeren. Tien tenen in gelijkheid met de golfjes van de middellandse zee. Mijn lach is niet van mijn gezicht geweest. Druppeltjes van de goddelijke hitte hingen aan mijn lippen. Spiegels heb ik vermeden. Ik voelde me vrij. Met mijn haar in een witte zakdoek geknoopt liep ik , volgens dochterlief als de ultra verkeerde versie van Marilyn Monroe lichtelijk voor schut, maar paradeerde ik in alle zelfverzekerdheid bewust van mijn te kleine bikinibroekje door alle minuten en delen van de dagen heen. Op sommige uren van de middag leek de zee zelfs alleen van ons. We hadden ‘het’ kunnen doen hoor, manlief en ik,  daar in het water ver turend van ons af. Staand op de scheidingslijn van de boeien met af en toe een golf zout zee water als verkwikking tegen m'n kin. Met het dikke touw voelend tussen mijn tenen voor het evenwicht in durf te leven.  Maar het werd tijd de kant terug te vinden en ijsblokjes te vragen met een schijfje citroen in de cola.  En om met een wit wijntje en biertje aan de rand van het zwembad bij de palmboom te gaan zitten. De zin van betekenis door het ontbreken van pittoreske straatjes waar ik anders uren door heen zou kunnen dolen en een lege camera is dat ik me vanaf dat moment heb  laten verdwalen in mensen.  Ze hebben me mee gesleept zonder dat ze er erg in hebben gehad. En toen ik als eerste werd aangetrokken door hem , die ik zag op de pier , waar je zo heerlijk hoog vanaf kon springen begon mijn dwaaltocht …..

donderdag 15 augustus 2013

Vakantie buiten alle zinnen .... Deel 1


Ik tel de dagen af in twee delen. Dat gaat sneller. Of dat lijkt sneller te gaan. En dan heb ik het over onze vakantie dagen. Vakantie naar en in Turkije dit jaar.

Van tevoren als we nog thuis zijn begin ik al met tellen. Eerste dagdeel duurt tot twee uur in de middag en de rest van de dag is het tweede deel. Abnormaal weer natuurlijk!  Maar mij moet je niet al te ver van de watertoren plaatsen. Ik kan namelijk niet lang van huis. En dat niet alleen. Want daarbij komt ook nog eens dat ik hier thuis al koppen tel tot in den treuren laat staan tot duizenden kilometers over de grens waar ze taal nog bestemming spreken. Ik tuur en focus iedere minuut van de dag naar vier blonde kopjes , gekleurde zwembroeken en een ieniemienie bikini. Twee meter uit mijn richting en ik schiet in stresspositie. En dat gemengd met m’n viervoeter verlating schuldgevoel en je kan me op vegen.  

Twee jaar geleden niet hoor, toen had ik er zin in. Wat nou veertien dagen Spanje te lang? Wat nou heimwee? En welke watertoren??  Nee, toen zag ik me voor vertrek al weer helemaal zitten aan het Spaanse ontbijtje bij ons vertrouwde bakkertje om de hoek. Voelde in m’n benen al het Spaanse leven weer op gang komen en kon de geur van zand zee citroen en sandelhout al op 600 km afstand ruiken. Maar nog voor we toen de laatste koffer uit de auto hadden , vielen de eerste regendruppels en de laatste was dag elf nog niet gevallen. We zijn met ons luchtbed over de Spaanse modder naar de auto gedreven en hebben niet meer achterom gekeken. Ik was vast besloten. We slaan een jaar over. Maar dat werd een wintersport en skiede ik tegen alle i love sneeuwvlokken in, ( not )  achter elk kind aan om als eerste de lift te bereiken voor er eentje per ongeluk eerder dan ik de piste op  kon verdwijnen.

Ik heb toen zelfs in drie delen de dagen af geteld. Dus hoe of wat er in godsnaam gebeurt moet zijn vier maanden geleden toen ik heb ingestemd om voor het eerst met z’n allen te gaan vliegen naar voor mij het hele en net iets te verre Turkije? Geen idee ! Ik hou van pittoreske straatjes, van kleine restaurantjes met eigen gemaakte zure mayonaise, van lange lege stranden met een verdwaalde gitarist op een afgebroken houten steigertje, van kleine souvenirs winkeltjes met schelpenkettinkjes, van kleine marktjes met geurende zeepjes.  Waarschijnlijk had ik geen keus. Manlief en de rest van ons gezin hebben mij geen keus gegeven. Gedwongen heb ik de koffers gepakt vorige week. En steeds gedacht,  “wat heeft het voor zin om op vakantie te gaan? “  “Wat heeft vakantie voor betekenis  ”? Rust? Ja, in mijn achtertuin met een boek ! En met alles veilig om me heen in een vertrouwde straal van twee meter. Wie gaat er nu tig hoog en gevaarlijk ver vliegen om in een gloeiende hitte van een glijbaan te glijden? Onzinnig denken kan ik , dat weet ik.  Maar ik ben er in Turkije achter gekomen wat de zin van de vakantie voor mij is. Tenminste deze vakantie! Want wat eerst zo buiten zinnig onzinnig leek, heeft enorm veel zin gekregen.

En dat begon al een beetje met het inpakken van de koffers. Ééntje om precies te zijn. Dochterlief met vriendje een koffer, en wij met z’n vijfjes in één koffertje. Want wat heeft het voor zin om veel mee te nemen?

En op Schiphol begon de andere zin ….