zondag 11 mei 2014

Moederdag ...



Nou gewoon, net als anders
Nadat ik thuis kwam van mijn ochtenddienstje overviel me de stilte. Niet de chaos hoor , die was gelukkig net als andere ochtenden gewoon aanwezig. Vier kinderen waarvan twee stijf op de bank met een koptelefoon op en enkel met een hand gebaar mij tot stilzwijgen manen. Dochterlief in geen velden of wegen. Ja de weg van haar vriendje. Knul drie een dorp verder die overhaast whappt waar ik in vredesnaam blijf. Ik zou hem namelijk tien uur ophalen na een nachtje kampioenfeest. En nu niet die haast omdat hij me graag wil zien omdat ik zijn moeder ben, maar omdat hij fucking barst van de slaap en hij morgen ook al kei vroeg op moet.

Een overspannen zus aan de telefoon die mij onder mijn sneldouche belt met de vraag voor een passende tekst. Niet veel later terwijl ik in de lift mezelf omhoog laat liften met bloemetjes naar de tweede verdieping van schoonmams mijn broer aan de telefoon. Tekst klopt niet! Nee dat kan. Ik had moeilijkheden om een passende zinsbouw te creëren terwijl ik mijn minder gladde benen aan ‘t bijbouwen was in een tempo waar een bliksemschicht bij verbleekt en de conditioner  uit m’n haar in m’n ogen droop. Waarna ik zinsverzinnend door de regen nog even de hond uit laat omdat mijn jongens nog steeds in de lauw stand op de bank liggen. Maar daarna inmiddels fris en fruitig richting mijn mams zijn gefietst zonder ook maar even op mij met nog meer bloemetjes te wachten in de veronderstelling ik toch altijd met de auto ga en niet met mijn dikke kont en opgepompte bovenbenen zoals ze dat dan lief zeggen op de skelter pas.

Thuis gekomen wacht mij een verrassing. Dochterlief met vriendje gezellig thuis. Maar bij de kapstok krijg ik al te horen mijn mond te houden. Herhaling songfestival. Of ik niet zo ubervrolijk wil doen, want die bikini de ze heeft besteld past niet en nu hoeft ze natuurlijk nooit geen andere meer. En lekker een pasta schotel ??  Welnee echt niet hoor mam. Hebben vriendje en ik helemaal geen trek in. Gewoon je mond houden mam nu , vier nummers nog. Wij frituren liever. En mam? Ach die eet in de auto een banaan op weg naar opa. Zoonlief moet met spoed een fietsventiel. Voor morgen. Anders krijgt hij een 1. Echt snappen wil ik het niet en heb er ook niet naar gevraagd. Missie geslaagd en ik draai verder met de trommels van de droger en wasmachine mee in het ritme van de stlte. En zwijg.

 Heerlijk rustig dacht ik stiekem. Stiekem en heel even.  Even te snel. Want er breekt complete paniek uit omwille een toets engels unit 4. En die heeft hij morgen! Echt hoor, het hangt altijd op de koelkast en nu ze ‘m moeten leren is hij weggegooid door ??   Juist mama natuurlijk! Mama gooit alles weg of de verscheurt het. Mam scheurt alles in drieën! En let nooit op wat mijn handen vast houden. De paniek overheerst in stem en gegil. Ik blijf moederlijk kalm en zorg niet veel later voor een in 400 % vergrootte engelse toets op mijn laptop via facebook op mijn tijdlijn. Waar ik mijn paniek puber achter zet en overgil dat hij het er beter gelijk  instampt want ik na half negen niks maar dan ook niks meer doe!  Do you like? NO I DON’T .

Check ik tussen alle buien door een schoolreiskoffer in check dubbelcheck voor de zoveelste keer en vindt manlief het nodig  mij nog even op de hoogte te stellen in verwegnistan over zijn vertraging in vluchten naar een ander gebied maar niet weet hoe laat hij gaat stijgen. Terwijl ik dus de sokken en broeken tellende  aandacht probeer te verdelen tussen zoon, koffer en een liga etende man aan de andere kant van de wereld gilt er nog eentje van beneden of ik soms weet waar zijn schooltas is gebleven en of ik  heel toevallig ook niet zijn oude gymschoenen heb weg gegooit.  Zet ik de wekkers alvast op vroeger dan vroeg voor morgen. Want dan vliegen al mijn eenden weer uit naar leer processen in getallen en zinnen. En leer ik gewoon weer net zoals ik elke dag nog leer.
Ik sluit de slaapkamerdeur van puber toets engels unit 4. Mam ?  hoor ik als ik de trap af loop naar beneden.
Ja vervelend ventje , wat is er nu nog?!?

bord
‘Plate’

Champignon
‘Mushroom’

Koelkast

‘Fridge’
Do you like beans

‘No I don’t’
Do you love me?

Yes I do !

 

 

 

 

 

donderdag 8 mei 2014

fysio in het kort ....


Heerlijk zo’n therapeut. Echt hoor goddelijk die handen en oke ik sta weer iets rechter dan dat ik afgelopen week stond. Maar vooraf een psychotherapeut zou in ieder geval voor mij ook een aanwinst zijn. Al voor ik op die tafel klim. Fysio. Ik blijf het een nogal apart obstakel  vinden. Altijd al. En dat heeft nu niets te maken met fysio inhoudelijk maar vanmiddag op die tafel wist ik weer waarom ik er inhoudelijk niet van hou.
Eigenlijk al vóór op de tafel.

Ik krijg steeds vaker klachten. Langdurig en heftiger. Maar ik vertik het om te bellen. Zo soepel als dat het misschien helpen zal, zo nog meer on soepel wordt mijn houding en mijn hele lijf bij de gedachte naar fysio te moeten. Ik ben nog nooit eerder geweest dan enkel een keer voor een frozen shoulder met allerlei peesontsteking combinaties. Maar vandaag had ik geen keus. Ik moest.

Vanmorgen vraag ik dus eerst mijn vriendin of je bij rugklachten en fysio alles uit moet. Ja Jo natuurlijk , op een broekje en bh na, whappt ze vrolijk terug.
Wat??! Oke , dacht ik daar heb je het al.

Ik whapp manlief in de woestijn. Schat, nu hoop ik toch echt niet dat je alles uit moet op een setje lingerie na, want ik bezit nou net niks wat degelijk is. En met niks degelijk bedoel ik niet dat ik iets draag wat  overeenkomt met een rood zwart leer jarretels achtige niemendalletjes , maar ik heb niks compleet. Niks in elke vorm of maat. En buiten dat draag ik alleen maar iets wat op stringetjes lijkt.  Niks mis met die dingen.  En niet dat iemand dit wil weten of interesseert of überhaupt er iets mee opschiet het nu wel te weten. Ik wou tot vanmiddag ook niet dat iemand buiten mijn cirkel van binnenshuis om dit zou weten laat staan zien. Ik vind het namelijk nogal een struikelblok om met mijn billenomvang in wat voor broekje dan ook, me in een of andere positie te moeten gaan manoeuvreren van een bepaalde oefening op commando?!

 Hahaha, whaptt manlief terug, maak je niet druk en ga liggen. … ??
Juist.
Het  gesprekje viel mee.  Therapeut dacht wel te weten wat er dwars zat. En ik dacht alleen maar heel dwars hoe dom ik was om niet aan een kort broekje te hebben gedacht. Te laat!

Ik kon er niet omheen zag ik al. Uitkleden kon niet naast de spiegel maar er gewoon heerlijk voor. Gepaste positie zag ik gelijk bij het hinderlijke uittrekken van mijn laarsjes. Kont klem tegen de tafel, hoofd in de spiegel. Het hypermoderne en enige op een onderbroek lijkende gebloemde stofje schittert om mijn nog winter witte lijf in de net iets te felle lamp. Een echte Victoria Secret. Meegenomen door manlief als kadootje. Drie maten te klein. Zucht. Striemen net in het midden wat ooit taille is geweest. Lachen , adem in houden en duiken op die tafel. Who cares.

Inderdaad who cares. Want dit was nog niks op mijn aangehouden geitenwollen sokken lijkende voetwarmers na dan, vergeleken met alles in dat kleine half uurtje er na. Want oh my goodness zeg. Net als ik er overheen ben gestapt, of in dit geval over heen ben gaan liggen, rol ik bij de voortgeduwde beweging op mijn linkerzij en voel ik dat mijn benen naar mijn neus worden gevouwen. In de hoop dat mijn enige en favoriete bh die ook aan de te strakke kant is, me niet in de steek zal laten rol ik weer als een soort van rolmops uit een blik zuur terug op mijn rug. En blijft mijn wisselvallige E versus F cup er gelukkig nog net zo in zitten als ik ze er vanmorgen heb ingeschud. Buik inhouden en alles aanspannen mag niet, dus hoe subtiel ik ook word terug gedraaid het hele gebeuren heeft toch duidelijk veel weg van een golfslagbad. En net als ik denk het te hebben gehad, lig ik nog voor ik kan protesteren weer op mijn zij met mijn knieën klem tegen mijn voorhoofd. Ontspan zo goed mogelijk is de opdracht. Ontspannen , ontspannen? Het enige wat ik zie in gedachten is mijn te kleine gebloemde victoria secret in alle glorie 190 graden richting het noorden! Mijn hoofd loopt voelbaar paars aan van zowel de pijnscheuten als mede de ademnood die mijn buik veroorzaakt in deze aantrekkelijke aller charmantste pose onder het genot van een niets verhullend tl lampje.
Op de vraag of het gaat en of ik aan wil geven bij de volgende handeling wanneer het niet meer gaat, knik ik verlossend.

Gelukkig, de therapeut begrijpt het.

Het ging namelijk al niet voor ik binnen stapte.
 

 

dinsdag 6 mei 2014

Bijzonder ontbijtje ...

In de auto glimlacht ze naar me. Zo’n lach die alleen haar past. Geen idee wat ze me er mee wil vertellen. ‘Samen’,  zeg ik vanmorgen. We gaan lekker rustig samen jij en ik. In de auto net na de rotonde bij de watertoren vertelt ze dat het roeien met haar vader gisteravond leuk was. In het begin. Op het einde werd het koud zeker, vraag ik terwijl ik even opzij naar haar kijk. Een dikke blonde lok valt over haar linker oog. Ja het werd koud. Maar dat kwam ook doordat we op de weg terug een verhaal mee kregen over een te vroege dood. Mensen gaan best wel heel vaak vroeg dood. Zomaar ineens ook he. Ze kijkt naar buiten. En ik kijk stilzwijgend mee. Koud zeg ik, is het. En ik zie de bomen gemengd met het wit van fluitenkruid langs flitsen. We zeggen allebei even niets tot op het parkeer terrein van de Hema. Straks hebben we geen plaatsje , zegt ze. Natuurlijk wel, zeg ik terwijl we allebei in de lach schieten omdat een wat oudere mevrouw lijkt op de Nederlandse vlag. Ze draagt een rood shirtje op een witte rok met blauwe noppen. Half stok denk ik in mezelf als we verder lopen. Plagerig geef ik haar tikje in haar zij. Ze giechelt. Aan het tafeltje bij het raam lacht ze weer die glimlach naar me als ze haar stokbroodje besmeert met aardbeienjam. Na het roeien gisteren, vertelt ze, hebben papa en ik nog een happy meal gedeeld bij de Mac Donalds. Ik had honger en papa zei dan nemen we zo’n grote en delen we samen. In gedachten zie ik haar vader voor me. Aangeslagen maar groot voor haar. M’n broertje komt ook weer thuis he vandaag na een nacht logeren zegt ze happend van haar broodje. Naast ons aan een ander tafeltje zit een meisje met haar moeder. Het meisje draagt klompen. Ze heeft een euro in haar hand, die ze geeft aan haar moeder. Ze knikt naar ons. Het ontbijtje krijg ik alvast voor Moederdag  fluistert ze trots.
Het laatste slokje sinaasappelsap wordt opgedronken en we lopen samen nog even door de winkel.

Ik pas een leesbril en ze lacht. Ze lacht hardop. De derde vind ze beter bij mij passen. Ik neem ‘m.
Wil je ook nog iets?,  vraag ik aan haar en sla een arm om haar heen  als we richting een bak lopen  gevuld met hele kleine shirtjes. "I love my mam en dad" leest ze in klein gedrukte bloemetjes letters en pakt zo’n klein shirtje in haar handen. Leuk voor ons kleine nichtje zegt ze. En houdt het shirtje vast. Wil je echt zelf niets liefje? , vraag ik nog een keer terwijl ik een kweekpotje pak met een klavertje vier erop. Ze bestudeert het potje en zegt deze wil ik wel voor mama mee nemen. Het zijn geluk klavertjes vier die je moet zaaien ….

We rekenen af en lopen terug naar de auto.
Had je nou echt niet iets leuks voor jezelf gewild Saar? Nee hoor tante Jo, zegt ze, Ik heb alles.

zondag 9 februari 2014

Gekreukt ...


Hij noemt me tegenwoordig Roelien …

En Roelien strijkt niet. Tenminste dat denk ik, ik heb ze tenminste niet met een bout in de weer gezien in Gooische vrouwen. Ikzelf strijk ook niet. Sinds onze trouwdag draagt hij ongestreken shirtjes. Zijn moeder heeft daar in het hele begin weleens wat van gezegd. Ze zei , 'Zo heeft hij er bij mij nooit bij gelopen hoor.’

Ze bedoelde verkreukt. Hij loopt er bij mij sindsdien verkreukt bij. Nu kan ik heel goed met mijn schoonouders overweg. Ik strijk alleen niet. Maar ze hadden dat in no time geaccepteerd hoor. Dat verkreukte. En ongeacht dat ik alles ook nog eens in de droger stop valt dat kreukje af en toe best mee.
Maar vanmorgen net na elf uur voelde ik mezelf een beetje verkreukt. Ik stond namelijk te strijken. Met een tekort snoertje. Of in ieder geval een te ver stopcontact. Of een te laag bed , want aangezien wij geen strijkplank bezitten ben ik verplicht op ons bed te strijken. Waardoor dus mijn rug , mijn nek,  mijn linker bil en eigenlijk mijn hele voelbare ik in de kreukels kwam. Manlief zelf niet. Die pakte zijn koffertje. Gooide wat naar zijn idee verkreukte over hemmetjes op bed. Belde  met  z’n  blackberry in het Engels. En he said that they hopefully had a good flight back. And that he saw them next week. Hij converseerde vloeiend verder terwijl  ik worstelde in mijn knal blauwe bh met een wat ouder niet bijpassend  HEMA broekje waar het elastiekje de ergste elasticiteit van heeft verloren  verder met het verdomde korte snoertje  terwijl de stoom  uit het strijkijzer komt en op mijn blote voeten drupte. Nog een overhemd en er komt stoom uit mijn oren dacht ik. Niet door mijn wereldreiziger hoor met zijn dresscode notulen. Daar kan hij niks aan doen. Dat zijn voorschriften. Sinds hij heel de wereld over gaat is er niet veel verandert  behalve dat ik strijk en hij vaker van huis is, maar ook wat meer  thuis dan normaal omdat hij af en toe gezellig  thuis werkt. Voor manlief is het vaak een omschakeling. Niet alleen in taal, tijd en land, maar ook in diner. De voor geschotelde kreeftjes op een bedje van fine dining is voor manlief gelukkig niet echt wat hij verstaat onder smakelijk wat weer tegenover de smakelijkheid van hoge hakken en kort gerokte serveersters staat. Maar toch het liefst thuis eet omdat hij daar zijn favoriete moes krijgt geserveerd op een tijdstip waar mijn kaplaarzen net uit gaan en de modder van de nat geregende hond nog vers tegen de deur plakt. Maar echt hoor zeg ik , een stropdas schat gaat te ver. Je hebt je zeven dagen baard er al afgehaald en dat is stropdas genoeg. Zo ultra netjes glad. En over glad gesproken. Ik strijk tegenwoordig zo glad dat er gewoon een kaarsrechte scherpe vouw in de mouwen zit. Dat verbaasd manlief dan weer. Hoe krijg ik die vouw er uit , vroeg hij laatst. Niet schat. Gewoon lekker laten zitten. Je gaat tegenwoordig gevouwen door het leven, weer eens wat anders dan gekreukt.

woensdag 29 januari 2014

Witte tegels ..


Ik zet mijn fiets tegen het muurtje onder  de keukenraam. De achterdeur zou open zijn. Ik stap naar binnen en kom via de berging in een smal keukentje. Het lichtje van de afzuigkap geeft een warme gloed over het aanrecht. In een oud geisertje waakt een vlam. Twee glazen staan op een gebloemd dienblaadje. Ik ruik de geur van port in het lege glas. In het andere glas zit nog sinaasappelsap waarvan het vruchtvlees naar de bodem is gezakt. Het lijkt onaangeroerd. Vanuit de donkere slaapkamer hoor ik gemompel. ‘Goedemorgen’, zeg ik vrolijk mijn hand reikend naar die van hem. Zijn witte sluike haar lijkt op een versleten ragebol die te lang ergens tussen heeft gezeten. Zijn mond is ingevallen, waarschijnlijk liggen zijn tanden nog in het daarvoor bestemde bakje. Hij blijft verbaasd kijken en schud dan onbegrijpelijk zijn hoofd. Hij staat op en ik loop voor hem naar een deur waarvan de klink is afgebroken. Tegen de wit met kalk beslagen tegels hangt een touwtje. ‘Twee keer trekken’ zegt hij. ‘Dat verroeste ding hapert.’ Het licht gaat aan. Een felle oude tl buis verlicht de te kleine ruimte waarin zich een slang bevindt met daar aan een gemonteerd iets wat lijkt op het uiteinde van een gieter maar dan zonder sproeikop. Ik draai me om en kijk naar zijn houding. Ongemakkelijk en wantrouwig. Hij is mager. Daar staat hij aandoenlijk in zijn wit verwassen ondergoed. Zijn hemd zakt aan een kant van zijn knokkelige schouder. Zijn armen hangen lang naast zijn uitpuilende heupen die overgaan in een stel kromme magere benen. Ik knik de kant op van de rubberen mat. Hij weet zijn plaats. Met zijn rug naar mij toe en zijn gezicht strak tegen de muur. Als hij zich niet omdraait zet ik de straal op hem. Een wat harde straal. Zijn huid beweegt onder het water als golfplooitjes. De kalk op de witte muur wordt glazig. Hij bibbert en ik wikkel een grijze handdoek met rafels om hem heen en dep zijn wangen droog. Ik voel zijn gezicht tussen de handdoek en mijn handen. Over zijn schouder kijk ik in het licht beslagen spiegeltje. Zijn rug tussen zijn schouderbladen is hol. Mijn haar bedekt aan de zijkant vier kalktegeltjes. Het plakt. Ik voel zijn arm tegen de mijne en hij trekt  ‘m verschrikt weg. Verroeste nauw hier zegt hij. Zwijgend trek ik mijn schouders op en glimlach. Zijn gezicht betrekt als ik zijn overhemd help dicht te knopen. Bij het bovenste knoopje pakt hij mijn hand en ik laat hem. Ik laat hem met twee bevende handen de pietluttige kleine knoopjes vast maken. Hij stapt in zijn grauwe overall en zet een pet op. Knal blauw met een reclame tekst van een bouwbedrijf en nestelt zich naast de kachel in zijn stoel bij het raam die uitkijkt op een diepe kreek.
Als ik gedag zeg zie ik zijn pet iets omhoog gaan. Hij knikt.  

zaterdag 2 november 2013

Gezellige mam ?


00.40 en ik zie auto lichten in de verte de straat inrijden. Gelukkig denk ik , daar komt hij. Hij werd wel veilig thuis gebracht van een feestje … maar toch, je weet het maar nooit …
Ik doe de deur open en  hoor mezelf hardop dingen zeggen en vragen. Heel vrolijk geef ik hem een vriendschappelijke vertrouwde box. ‘Hee m’n vent, hoe was het?, was het gezellig?’ Hij mompelt met zijn lippen op elkaar iets onverstaanbaars van kei gezellig. Geeft me een kus met een welterusten er achteraan en hij loopt de trap op.

Ik staar nog even door de raam naar buiten en denk.
De vraag of er is gedronken heb ik overgeslagen. De opmerking dat ik ongerust was voor heel even omdat het na half 1 was heb ik niet genoemd.  En ik denk aan eerder op de avond. Want ben ik nou wel een leuke moeder? Doe ik het allemaal wel goed? Vinden ze het hier wel gezellig?  Vroeger toen ik een jaar of twaalf was en een pop als kind behandelde was zo naief eenvoudig. Pop annabel legde ik op bed en ze sliep. Haalde ik er uit wanneer het mij uit kwam en ook al praatte zij niet terug ik vond dat ik het heel goed deed als mam. Ze had tenslotte altijd een ander jurkje aan. En had ik een paar dagen geen zin in haar dan gooide ik pop annebel in een hoekje en ging eens lekker een tijdje wat voor mezelf doen.

De kapper heb ik eergisteren onder een paniek gedwongen telefoontje tot een afspraak gekregen. De twee jongsten moesten en zouden geknipt. Want dat had ik tenslotte beloofd. En Mam, ‘je beloofd altijd alles en je doet er nooit wat mee.’ Dus kapper net voor sluitingstijd.   “Mam, mag ik nu nog weg vanvond?’ Nee jongen, het is al 21.00 uur en dat feestje op school is nu toch al bijna afgelopen.’ Ja maar ik wil!’ Ja maar je wou ook perse naar de kapper en gister wou je niet naar dat kinderachtige halloween! Kom , mam doet een stokbroodje in de oven en we kijken gezellig de voice.  ‘Nou  wat je gezellig noemt , ik ga naar boven!’  Licht aangeslagen sta ik onder aan de trap nog een soort van trapleuiningrede te houden in alle verzoening, en om mijn voelbaar opkomende schuldgevoel te relativeren. Maar er wordt geen gehoor aan gegeven. Terwijl hij van zijn paps ook niet meer weg mocht is hij is toch echt alleen boos en teleurgesteld in zijn stomme mams.  Gelukkig zit dochterlief met kleinste en paps wel gezellig op de bank.

Ik schenk de glaasjes vol, maak kruidenboter en snij wat stokbrood. Doe wat tapenade in een schaaltje en steek  ondanks de weg gevallen sfeer wat kaarsjes aan.
Jongste huilt. Oorpijn. Hij wil geen zetpil, wil ook geen oordruppels. Wil wel dat mams haar mond houdt met zeuren want ik zou het niet snappen. Huilend loopt ook hij de trap op. Ik met druppels in alle goede en bezorgde bedoelingen er achteraan. Paps roept nog dat hij beter druppels in zijn oor kan doen, want dan is het morgen over. Onder veel bombarie zitten er niet veel later toch druppels in zijn oor. Vijf in plaats van drie. ‘Zie wel mam dat je niks kunt, nu is de pijn wel weg, maar nu staat mijn oor weer op een andere stand he, nu hoor ik weer niks, omdat jij die rare trutdruppels er zo nodig in moet gooien. Bedankt hoor mam!'  Welterusten knul, hopelijk is het morgen over!

Dochterlief die normaal bruist van de energie en torenhoog lacht, ligt er zonder vriendje wat verloren bij. Pap geef de paturain ’s aan vraagt ze. Dat hebben we niet vanavond schat hoor ik ‘m zeggen. Oh, is mam dat weer vergeten zeker, bromt ze er gelijk achteraan. Nee, want paps is om de boodschappen geweest, neemt hij het voor me op. Nou geef dan maar een stokbroodje met die andere troep en dan ga ik naar bed. Ik nestel me gezellig tussen man en dochter in op de bank en kijk haar verbaasd aan. Naar bed? Vraag ik.  ‘Ja mam ik ben moe en moet morgen werken. Trusten en have  a nice evening together with daddy. Is toch ook wel eens lekker saampjes op de bank.
Dat wou je tenslotte toch zo graag. Je roept al weken ik heb geen minuut meer voor mezelf overdag en dat ook je avonden al worden afgenomen. Dus whalla mamsie, tast toe …   en ze giegelt op de trap om haar betoog.

En terwijl  ik Ilse de lange nog iets hoor zeggen over emoties en dat het haar raakt, raak ik manlief aan. Maar die slaapt. Oke logisch denk ik. Hij had tenslotte zijn nachtvlucht naar huis en was al ongeveer 24 uur op.  Ik maak hem wakker en zeg dat hij voor mij niet op hoeft te blijven en dat ik wel wacht op de oudste knul.  En ook manlief loopt zonder enige twijfel de trap op. Zelfs de hond neemt plaats op haar nachtkussen. Ik schuif de gordijnen dicht. Blaas alvast de kaarsjes uit en wacht samen met Humberto Tan en de rest aan zijn gezellige tafel van ‘Late night’, op oudste knul.

Ik ben tenslotte mam.

 

 

 

zondag 18 augustus 2013

Vakantie buiten alle zinnen ... 4e en laatste deel


Als ik de laatste dag de koffer zie staan, schrik ik. Mijn drie zwarte jurkjes liggen bovenop. Ik weet het zeker. Maar manlief die blij is dat hij ‘m dicht heeft gekregen met cijferslot en al weigert hem te openen. Hij staat al veilig in het speciale daarvoor bestemde klaar voor vertrek halletje vanwege vroeg uit checken kamer, maar nog wel een dagje resort verblijf.  Ik zet het bijna op een gillen. Hij weet namelijk dat zwart niet bovenop mag. Zwart is negatief. En we moeten verdorie nog met dat akelige vliegtuig mee. Dat is naar mijn dwangneurotische idee de goden verzoeken. Ik eis de koffer open anders wordt het een zeer zwaar laatste dagje. Manlief draait bijna met licht geweld en inhoudende frustratie qua onzinnigheid van de eeuw de cijfercode. Ik zucht van zinnige opluchting. Ik leg drie gele zwembroekjes op mijn zwarte jurkjes. Gered. En nu draai ik de slot code.
Zou de lifeguard bij het zwembad ook een code hebben vraag ik me af, hij draagt namelijk al acht dagen een gele broek en een knal rood shirt. De code van de zin in zijn beroep is dat hij twaalf uur per dag op zijn fluitje blaast bij de drie zwembad glijbanen. Hij is heel streng en ook zijn uiterlijk is nors. Zijn kuiten daarentegen zijn soepel en glimmend.

Als m’n Bing deze laatste dag in gesprek raakt met de moeder van de meisjes met de Dora zwemvleugeltjes, zet ze haar zonnehoed even af. Hij met zijn kroeskrullende kleine meisje op z’n arm lacht verleidelijk en kijkt haar net iets te lang aan. Zij lacht ontspannen terug. Is dit de zin van vakantie? Moesten zij dit allebei over de grens waar lucht en wolken voor nodig waren trotseren om nog meer zin in leven te krijgen. Of in hun geval opnieuw zin in leven. Ik draai me op m’n buik en laat m'n duidelijk leiding nemende soort van Bing met een gerust hart met rust.  Tussen de palmbomen  door zie ik m’n jonge verslaggever aan komen. Even stopt hij, maakt een move en praat door zijn microfoon. Ik glimlach. Hij is licht autistisch met een lichte verstandelijke beperking. Ineens valt mijn blik op onze regenboogbal. Ik roep in een opwelling zijn naam. Dave. Ik heb zijn zusje het horen roepen, dus ga er vanuit dat hij zo heet. Dave kijkt op en ziet me. Loopt achteruit en weer terug. Druk gebarend en verslaggevend. Ik reik hem de bal van een afstandje. Dave doet vier stappen vooruit en anderhalf terug. Als hij dicht genoeg bij me is, vraag ik of hij de bal misschien wil hebben. Hij duwt de microfoon naar m’n mond en ik herhaal als een inval verslaggeefster voor de tweede keer of hij de bal wil hebben omdat wij straks vertrekken. ‘Jammer’, is al wat Dave zegt.  En hij zet het op een rennen met de bal onder zijn arm naar zijn familie toe, waar hij druk pratend in mijn richting wijst. Zijn bril met zwart montuur van Ray ban maakt hem net dat beetje extra Dave. 
Twee uur voor vertrek kijk ik nog eens goed rond. Al deze acht dagen met al die zelfde mensen die het resort maken tot een oase van één van mijn beste vakanties tot nu toe,  heb ik bewonderd. Bewonderd voor het kei harde werken wat zij doen, om het mij en alle andere vakantievierders naar hun zin te maken. Elke nieuwe goedemorgen uit de mond van het animatie meisje uit Moldavië die acht maanden lang haar familie achter laat voor dat kleine beetje verdienste , liet me de zin van vakantie niet zin, maar de zin van en om voor te leven. 
Acht dagen de zelfde gezichten achter de bar en al deze dagen dezelfde kamermeisjes. Dezelfde trap naar beneden waar die lieve turkse man de pad elke morgen watervrij maakte van het nachtelijke tuinsproeien. Ik ga daar van houden op mijn manier. Daar krijg ik iets vertrouwds mee. En als dan zo’n laatste dag is aangebroken en ik het enorm naar mijn zin heb omdat mijn gedwongen vakantiedagdelen eindelijk op zijn, word ik weemoedig.  Ik denk dan gelijk wat heeft vakantie voor zin. Op vakantie gaan is zo ongeveer alles achter laten waar ik van hou, en terug is alles achter laten waar ik net wat mee ben begonnen.
Waar ik onbewust in levens ben gestapt. Stiekem en van een afstand. Maar net dichtbij genoeg.
En net als ik op wil staan en weg wil wandelen uit mijn vakantie oase. Komt m’n verslaggever. Zijn koptelefoon stijf op z’n oren geklemd, z'n microfoon tegen zijn druk bewegende lippen. Ik blijf staan en kijk hem net niet aan. Hij komt dichterbij. Nog een stapje dichterbij. Hij laat zijn microfoon zakken en vraagt, “ heb je whapp?”  Ik ben verbaasd en geef hem het whapp nummer van dochterlief, want ik heb geen whapp. Hij zwaait bij de vertrekhal met zijn microfoon en draait om. Verslaggevend. Manlief trekt de koffer. Met cijfercode en zwart onder geel.

Gisteren hebben wij een spreekbericht ontvangen. Met de vraag of we veilig waren geland.
Groetjes Dave. 'cut'.
Dave bleef nog zeker twee weken daar. Hij had zin in vakantie!